Stamboom Van der Kaap

Op een enkele afstammeling van Zuid-Afrikaanse slaven na, stammen alle Van der Kapen in Nederland en de rest van de wereld af van Karst Jacobs en Roelfke Harms. Deze Karst Jacobs, naar eigen zeggen geboren in 1770 in Tolbert, nam in 1811 de naam Van der Kaap aan. Daarmee was hij dus de eerste Van der Kaap. Waarom hij zich Van der Kaap noemde wordt uitgelegd op de pagina met informatie over de herkomst van de naam Van der Kaap.

Fout in de oorlog

Op 21 maart 1949 meldde het Nieuwsblad van het Noorden dat de voormalig hoofdrechercheur J. van der Kaap uit Groningen, tegen wie 14 jaar was geëist wegens hulpverlening aan de SD (Sicherheits Dienst) door de Groninger Kamer van het Bijzonder Gerechtshof in Leeuwarden tot tien jaar met aftrek en levenslange kiesrechtontzegging was veroordeeld.
Hoofdrechercheur J. v.d. Kaap

Slaafse dienaar van de bezetters


De bijzondere Recherche, welke aanvankelijk in het ‘Koetshuis’ naast het politiebureau aan de Ossenmarkt en later op het Scholtenshuis zetelde, heeft zich gedurende de tweede helft van de bezetting zeer berucht gemaakt. Keyzer, Elzinga en de ‘Amsterdamse rechercheurs’ behoorden er onder meer toe.
Ook de 55-jarige, thans gedetineerde hoofdrechercheur Johannes van der Kaap uit Groningen behoorde tot dit stel. Hij paste zich schitterend bij het geheel aan en werkte ijverig mee aan allerlei arrestaties. Hij was meestal een bijlopertje, dat gedienstig de bevelen van de anderen uitvoerde en nu meent zich achter deze ‘opdrachten’ te kunnen verschuilen.

 

Bloedgeld
In Januari 1944 werkt hij mee aan een huiszoeking bij de familie Van der Molen, waar een illegale werker zou zitten. Men vond echter het Joodse echtpaar Adelaar-Fürth, dat onmiddellijk gearresteerd werd. Van der Kaap aanvaardde voor deze arrestatie zijn beloning: 40 gulden “Jodengeld”.
Dat had ik niet moeten doen, zegt hij nu, maar toen had ik er geen erg in.
Beide gearresteerden kwamen in Duitsland om, evenals hun gastheer, de heer J.C. v.d. Molen (leraar aan de MLS in Groningen, AK), die als gevolg van deze huiszoeking in Utrecht gearresteerd werd. Diens zoon, de heer A.H. v.d. Molen die wel thuis werd aangetroffen, werd meegenomen en geruime tijd vastgehouden.

Laag spel
‘Most even met, jong, zei Van der Kaap, in juni 1944, tot zijn collega, de heer J.H.A.G. Gort, de welbekende en sympathieke verkeersagent. Deze werd door de SD gezocht wegens illegale arbeid.
De SD wilde de heer Gort echter niet alarmeren en zond daarop Van der Kaap vooruit, die als collega gemakkelijk even kon kijken of het slachtoffer thuis was om dan een seintje naar buiten te geven.
Het was moeilijk voor mij, huichelde verdachte thans.
Het was niet moeilijk voor je, wees mevrouw Gort-De Boer hem terecht: Je bent minuten-lang met mijn man alleen geweest en had hem kunnen waarschuwen.
De heer Gort werd in het concentratiekamp Vught gefusilleerd. Die zoon, de heer S.J.J.Gort, werd ook gearresteerd en naar een Duits concentratiekamp gezonden.

 

 

Structuur van de Aussenstelle van de SD (Sicherheits Dienst)

 

Andere arrestaties
Van der Kaap had voorts nog de hand in de arrestaties van de heren J. Balkema, A, Meyer, en J.J.Jellema, allen te Groningen en de heren H. en P.H.Barkema te Noordenhoogebrug. Niet ten laste gelegd was nog verdachte’s medewerking aan een huiszoeking en inbeslagneming bij de heer P. Jonkman te Bedum, zijn werk voor de arrestatie van de heer Smid te Groningen en zijn lidmaatschap van de Germaanse SS.

De Advocaat-fiscaal achtte het tenlastegelegde bewezenb en wees op Van der Kaap’s slaafse houding. Spreker requireerde 14 jaar gevangenisstraf met adtrek en levenslange ontzetting uit het recht bij de politie werkzaam te zijn.


Mr. Van Zaaijen verzocht in een uitvoerig pleidooi clementie.


Nieuwsblad van het Noorden, 7 maart 1949



Zitting van de Kamer Groningen van het Bijzonder gerechtshof Leeuwarden. Achter de tafel van links naar rechts: A.H.S. van de Wijck, advocaat-fiscaal, R. Rotgans, militair raadsheer, J.E. Mulder, raadsheer, W.W. Feith, voorzitter van de Kamer Groningen, 1949. In de beklaagdenbank R. Lehnhoff.

Veroordeeld 1

Op 23 december 1858 werd Albert van der Kaap ,schipper, woonachtig in Tolbert en 22 jaar oud, door de arrondisementsrechtbank in Groningen tot 8 dagen gevangenisstraf veroordeeld (ingaande 8 februari 1859) wegens mishandeling.

Veroordeeld 2

Op 17 januari 1874 werd de toen 37-jarige Albert van der Kaap, gedomicilieerd te de Leek, veroordeeld tot een subsidiaire gevangenisstraf van een dag. De ambtenaar van het openbaar ministererie van dit kantongerecht verzoekt opsporing, aanhouding en tenuitvoerlegging der straf, 'op het berigt waarvan de stukken onmiddellijk zullen worden opgezonden'. Blijkbaar had Albert een boete niet betaald, en was hij niet traceerbaar. Voor een schipper, zeker in die tijd, niet zo verwonderlijk.

Veroordeeld 3

Op 12 oktober 1891 werd Albert's zoon, de 18-jarige Karst van der Kaap uit Groningen, schipper op de 'Johanna', door het kantongerecht in Groningen veroordeeld tot een geldboete van 1,50 gulden, subsidiair twee dagen hechtenis wegens opnebare dronkenschap.

Veroordeeld 4

Hindrik en Jantje van der Kaap woonden in Niebert, waar hun kinderen geboren werden. Later verhuisden ze naar Terheyl waar ze een kruidenierswinkeltje hadden en één koe. Sinds 22-11-1897 woonde zij aan de Schapenweg 8 (T219/T248). Volgens een oud verhaal woonden zijn daar naast Dina Fey (Fij), bijgenaamd Dina Botter. Maar deze Dina of Diene Fij woonde volgens "Zij maakten Nietap-Terheijl" aan de J.P Santeeweg 19 in Nietap, een aantal kilometer verderop. Hindrik haalde de kruidenierswaren met een juk waaraan twee grote manden hingen, van Tienkamp uit Leek (volgens hetzelfde boek was deze Tienkamp klompenmaker). Nadat alles in kleinere proties verdeeld was, ventte hij het uit met de kruiwagen. Hindrik vertrok op 28-06-1913 naar Tolbert.
Hindrik had geen lager onderwijs genoten, hij tekende met een kruisje. Hij had een lang gezicht met een hoog voorhoofd, blauwe ogen, een grote neus en blonde wenkbrauwen. Hij had blond haar en droeg een rossige (bruine) baard. Hij was niet lang (161-166 cm.). Op 16-09-1873 werd hij door de arrondisementsrechtbank in Groningen veroordeeld tot 42 dagen eenzame opsluiting, ingaande 8-10-1873, wegens mishandeling. Begin 1874 (hij woont dan in Niebert) wordt hij nogmaals veroordeeld wegens mishandeling. Hij krijgt nu een boete van 8 gulden en een dag eenzame opsluiting. Zijn gedrag in de gevangenis wordt goed genoemd.

Bron: Doedens, Zij maakten Nietap-Terheijl.

Jantje Alberts, de echtgenote van Hindrik werd Jantje 'Pruus' genoemd. Zij was een donker wijffie met krullend haar. Ze ging ooit eens ergens lopend heen, had zich mooi opgedoft en voelde zich een heel dametje. Ze praatte hardop tegen zichzelf: "Oh, wat is Jantje pruus", pruis, groot, flink, ze was groots op zichzelf. Een stel slootgravers, die net tegen de kant van een droge sloot lagen te schaften, hoorden dat en sindsdien noemde men haar Jantje 'Pruus.'

Bron: Johannes van der Ley (kleinzoon van Hindrik).

Clandestien slachten

Twee koeien geslacht

Wegens het clandestien slachten van twee koeien in juni j.l. staan terecht de slager Roelof Berghuis, gedetineerd, de grodnwerker Sietsen Alberts en de stoker Jan van der Kaap, alle drie te Tolbert. De slachting geschiedde in het kippenhok van Alberts. Daar kwamen later ook de gegadigden om het vleesch te koopen. Het vleesch van de tweede koe is voor een groot deel in beslag genomen.

De eerste verdachten bekennen volledig. Verdachte Van der Kaap ontkent echter aan de slachting te hebben deelgenomen. Wel heeft hij later het vleesch verkocht. Deze bverklaring wordt door de beide andere verdachten bevestigd.
De Officier vraagt hierop vrijdspraak voor Van der Kaap en eischt tegen de anderen 7 maanden gevangenisstraf.

 

Drentsch Dagblad, 26-08-1942.

Johannes Gort

Johannes Hendrik Anton Gerhard Gort, geboren op 28 juli 1894 in Groningen. Hij werd gearresteerd op 2 juni 1944 vanwege illegaliteit (verspreiding van lectuur, helpen van onderduikers met geld, wapens, adressen en bonkaarten). Hij werd in Vught gefusilleerd op 22 augustus 1944.

 

Adelaar-Fürth
Mogelijk is dit de familie waarvan in het krantenartikel sprake is. Hendri Adelaar, geboren op 3-08-1881 in Deventer. Hij was op 27 mei 1909 in Keulen getrouwd met Marie Anna Fürth, geboren op 12-01-1884 in Darmstadt. Beiden zijn vermoord in Auschwitz op 22-05-1944. Zij woonden Burgemeester Hasseltlaan 7, Naarden.

 

Contact

Voor vragen over de stamboom of aanvullingen kunt u contact opnemen met Albert van der Kaap.